Copyright 2019 - Custom text here


BIM, beleven in muziek Niveau 1 

 

BIM staat voor ‘beleven in muziek’. Het is een manier van werken met muziekbeleving in de zorg en het onderwijs of in de thuissituatie voor kinderen en volwassenen met meervoudige beperkingen of ernstig meervoudige beperkingen.

In volgende activiteit ervaren de kinderen de begrippen “kort-lang” en “laag-hoog”. Er wordt rustgevende muziek gebruikt.

 

Organisatie:

-    De deelnemers zitten aangenaam op hun stoel of liggen neer. We halen het tafelblad van de rolstoel of kinderstoel weg (indien dit veilig is).

-    De deelnemers zitten in een kring met voldoende tussenruimte.

-    Iedereen heeft een vaste plaats.

-    De activiteit duurt ongeveer 30-45 minuten.

-    Doe de activiteit individueel of als groepsactiviteit.

-    Herhaal dezelfde muziek op een vast tijdstip gedurende een aantal weken.

-    Het muziekvolume staat iets harder dan gebruikelijk zodat storende geluiden minimaal invloed hebben op de luisterhouding en de sfeer.

 

Verloop activiteit:

Vaste start (muziekliedje):

-    Geef de verwijzer aan de leerlingen.

-    Zing het liedje voor iedere leerling afzonderlijk.

-    Wanneer het liedje klaar is, vraag je de verwijzer terug. 

Midden:

1.   Start pas wanneer de muziek start.

2.   Begin synchroon bij de voeten van de eerste deelnemer en tap op de accenten van de muziek tot aan de bovenbenen en ga weer terug. Herhaal dit een keer!

3.   Dan via de zijkant van het bovenbeen langs de buitenkant van de arm tot de schouder.

4.   Tap van linker- naar rechterschouder. Herhaal dit een aantal keer.

5.   Geef accenten op de schouders en wiebel zachtjes bovenop het hoofd.

6.   Vanaf het hoofd, de schouders en de bovenarmen naar omlaag en terug.

7.   Bouw de activiteit langs de rechterkant van het lichaam naar de voeten af.

8.   Eindig door synchroon aan de zijkanten van het lichaam omhoog te tappen tot het hoofd en maak een strijkbeweging naar beneden tot de voeten als de muziek afgelopen is. 

Vast einde (stopliedje):

-    Zing voor iedereen afzonderlijk.

-    Gebruik de verwijzer om aan te geven dat de activiteit gedaan is.

Tips:

-    Bij een individuele activiteit kan je ook warmte laten ervaren.

-    Geef de deelnemers een vaste plaats en werk in een vaste volgorde. Dat geeft duidelijkheid voor de deelnemers en voor jezelf.

-    Gebruik voor één deelnemer het hele muziekfragment of een gedeelte ervan. Dit is afhankelijk van de grootte van de groep.

-    Laat iedereen het materiaal voelen voordat de BIM-activiteit begint.

-    Als het materiaal geluid maakt dan kun je de activiteit maar met één begeleider uitvoeren anders wordt het onrustig en onduidelijk.

-    Neem de tijd en de rust om de activiteit uit te voeren zodat de deelnemers de fysieke beleving als positief ervaren. Sluit de activiteit positief af.

-    Het kan nodig zijn om zachtjes de naam te noemen van diegene die aan de beurt is voordat de activiteit gedaan wordt. Als dat nodig is, vertel je wat je doet en benoem je het lichaamsdeel waar je tapt.

-   Let op de kleine reacties van diegene die aan de beurt is zoals ademhaling, gespannen handen, draaien van het hoofd, knipperen van de oogleden, de uitdrukking op het gezicht, rood of juist wit worden van het gezicht.

  

Inspiratie opdoen? BIM op Rozemarijn

Wat?
De leerlingen zich bewust laten worden van hun lichaam a.d.h.v. muziek.   

Waar en wanneer?

·      In het klaslokaal

·      Duur: 15 à 20 minuten

Wie?

Een kleiner groepje van 4 leerlingen. Zowel voor leerlingen met een jonge ontwikkelingsleeftijd, als voor leerlingen met de kleuterleeftijd en leeftijd 1ste leerjaar. Op school wordt deze methodiek zowel gebruikt bij leerlingen met een ernstig meervoudige beperking (EMB) als bij mobiele leerlingen met een oudere ontwikkelingsleeftijd.

Focus?

·      Motorische ontwikkeling (domein basale stimulatie): de leerling ervaart/verdraagt/en reageert adequaat op aanraking.

·      Motorische ontwikkeling (domein basale stimulatie): de leerling ervaart zichzelf als een eenheid.

·      Sociaal-emotionele ontwikkeling (domein sociale beleving): de leerling aanvaardt contact via één of meerdere kanalen.

·      Wereldoriëntatie (domein mens): de leerling staat open voor en reageert op geuren.

·      Wereldoriëntatie (domein mens): de leerling staat open voor en reageert op tactiele waarneming.

·      Wereldoriëntatie (domein mens): de leerling staat open voor en reageert op auditieve waarneming.

·      Wereldoriëntatie (domein mens): de leerling staat open voor en reageert op visuele waarneming.

·      Zintuiglijke ontwikkeling: Gericht aandacht geven aan één of een paar zintuigelijke prikkels en er al  dan niet op reageren. (ZILL)

 

Nodige materiaal:

Activiteit ‘wapperende lap’:

·      Soepel vallende nylon doeken

·      Besprenkeld met de geur rozemarijn

·      Muziek: Cirque du Soleil ‘Norweg’

·      Verwijzer: één van de doeken wordt telkens als verwijzer gebruikt

 

Activiteit ‘donzige handschoen’:

·      Hoogpolige poetshandschoenen

·      Besprenkeld met rozengeur

·      Muziek: André Popp ‘The tiny feetwalk’

·      Verwijzer: één van de handschoenen wordt telkens als verwijzer gebruikt

 

Verloop:

Activiteit ‘wapperende lap’: Herkennen/aanvoelen van ritmes.

Plaats de leerlingen in hun (rol)stoel in een cirkel. Zet de muziek aan. Ga bij elke leerling langs met de verwijzer, laat hen voelen, ruiken. Ga in het midden van de cirkel staan en beweeg met de doeken op het ritme van de muziek (traag of snel wapperend of via een zigzagbeweging). Benader vervolgens elke leerling afzonderlijk met de doeken. Beweeg voor hen, naast en achter hen, telkens op het ritme van de muziek. Trek de doek af en toe ook over hen heen, startend langs hun rug en haal de doek dan voorzichtig over de deelnemer heen naar je toe en trek de lap langzaam richting de voeten weg. Doe dit een paar keer (langzaam of snel). Op het einde van de muziek stap je wapperend met het doek buiten de cirkel en keer je terug naar het midden tot de muziek stopt.

 

 

Activiteit ‘donzige handschoen’: Beleving kort-lang en hoog-laag 

Plaats de leerlingen op hun stoel in een cirkel. Zet de muziek aan. Ga bij elke leerling langs met de verwijzer, laat hen voelen, ruiken. Neem daarna twee andere handschoenen van dezelfde kleur om de activiteit te beginnen. Benader telkens elke leerling afzonderlijk en om de buurt. Tap met de handen op het lichaam volgens de accenten van de muziek (kort en krachtig of lang en zacht). Bouw de bewegingen op van de linkerkant van het lichaam naar de rechterkant. Begin bij de linker voet. Tap met de handen van de voet naar het bovenbeen, vervolgens langs de linkerhand naar de schouders toe. Geef accenten op de schouders van links naar rechts en herhaal dit een aantal keer. Vanaf het hoofd, de rechterschouder, langs de rechterarm bouw je de oefening terug af naar beneden. Eindig door langs beide zijkanten van het lichaam omhoog te tappen tot het hoofd en maak daarna een strijkbeweging naar beneden tot aan de voeten.

Tip: EMB-leerlingen worden best in hun sta-apparaat geplaatst, op die manier komt de hoog-laag beleving beter tot zijn recht en kunnen de benen, armen en rug gemakkelijker bereikt worden. 

    

Reflecties en observaties:

Veel van onze leerlingen genieten van een basaal aanbod. Aan de hand van muziek, bewegingen, aanrakingen en geuren komen we in contact met hen. Door gebruik te maken van de vaste en concrete verwijzers weten sommige leerlingen na enkele keren herhaling wat komen zal. Herhaling is bij deze activiteiten belangrijk. Zo zijn er leerlingen die in het begin schrikreacties vertonen bij het laten voelen van bv. de donzige handschoen. Na een tijdje went de leerling hieraan. Leerlingen genieten zichtbaar van de beleving en het nabije contact (lachen, enthousiaste bewegingen met de handen,..). 

f t g m